Definitie van overspannenheid
We zeggen
dat iemand overspannen is, als er door aanhoudende stress allerlei spanningsklachten
zijn ontstaan en de persoon minder goed functioneert.
Spanning hoort bij het leven. Een beetje spanning is vaak prettig en maakt
ons alert. Als u niet (meer) met die spanning om kunt gaan, raakt u overbelast.
U verliest het overzicht en raakt de greep op de situatie kwijt. Wanneer het
u niet lukt iets aan de situatie te veranderen, of anders met de spanning
om te gaan, raakt u overspannen. Het lukt dan niet meer om uw normale bezigheden
voort te zetten. Iedereen kan overspannen raken, maar het komt het meeste
voor bij jongvolwassenen, harde werkers en mensen die geen 'nee' kunnen zeggen.
Mogelijke oorzaken van spanning
Verplichtingen zijn de normale taken die u op zich neemt, zoals
het huishouden en werk. Om aan alle verplichtingen te voldoen, moet
u zich inspannen en het overzicht bewaren. Bij te veel verplichtingen
blijft er vaak te weinig tijd over voor rust en ontspanning. U raakt vermoeid
en uitgeput tot u uiteindelijk niets meer kunt.
Problemen hebben te maken met wat u belangrijk vindt in
uw leven en met wat u wilt bereiken. Als de dingen anders lopen dan u
wilt, kan dat problemen geven. Problemen vergen altijd extra inspanning
omdat u probeert ze op te lossen, te vermijden of ermee om te gaan. U
kunt overspannen worden van een teveel aan problemen.
Gebeurtenissen zoals het ernstig ziek worden van een geliefd
persoon, veroorzaken veel emoties. Het kost tijd en energie om deze emoties
te verwerken. Soms gebeurt er te veel in een korte tijd, waarbij
de tijd ontbreekt om alles goed te verwerken. Soms kan iemand door één
enkele ernstige gebeurtenis, zoals een misdrijf, overspannen worden.
Wat merk ik er van?
Stress uit zich vaak eerst in onopvallende, ‘gewone'
klachten. Die kunnen per persoon verschillen. De één krijgt last van maagpijn,
de ander van eczeem, de derde slaapt slecht. Als de stress lang aanhoudt of
er geen tijd is om te herstellen, worden de gevolgen op steeds meer gebieden
merkbaar.
Lichamelijke symptomen
Intense
vermoeidheid is het meest in het oog springende symptoom, daarnaast kan er
sprake zijn van vage spanningsklachten zoals hoofdpijn, misselijkheid en pijnlijke
spieren (vooral in de nek en onder in de rug). In sommige gevallen speelt
ook hyperventilatie een rol. Ondanks de aanhoudende moeheid kan slapeloosheid
optreden, evenals maagpijn, darmstoornissen, slechte eetlust, verminderde
weerstand met meer kans op verkoudheid en griep, hartkloppingen en een verhoogde
bloeddruk.
Psychische symptomen
Op emotioneel gebied heeft u last van depressieve gevoelens en een verhoogde
prikkelbaarheid. U heeft last van sombere buien, huilbuien, piekeren en angst.
U krijgt een 'vervormd' wereldbeeld. U heeft het gevoel dat alles op uw schouders
neerkomt, dat niemand meewerkt, enzovoort. Er treden denkstoornissen op zoals:
verminderde concentratie, minder goed hoofd- en bijzaken van elkaar kunnen
onderscheiden, minder goed twee dingen tegelijk kunnen doen en meer zwart/wit
denken. U voelt dat u niet meer tot rust kunt komen, bent gejaagd. U kunt
niet meer genieten van dingen.
Gedragsmatige symptomen
De gedragsmatige
signalen vloeien voort uit een verhoogde staat van opwinding waarin u zich
bevindt. U bent vaak hyperactief zonder u daarbij op een taak te concentreren.
U handelt impulsiever en ook gebruikt u meer genotsmiddelen zoals: alcohol,
koffie, tabak of andere pep- of roesverwekkende middelen. Ook het gebruik
van slaap- of kalmeringsmiddelen kan toenemen.
Op de werksituatie valt in eerste instantie uw verminderde productiviteit
op. Er komt minder uit uw handen en ook de kwaliteit van het werk neemt af.
Daarnaast neemt u meer pauzes, minder initiatief en meldt u zich vaker
ziek.
Sociale symptomen
U trekt u steeds meer terug uit uw contacten. Dit kan fysiek zijn, bijvoorbeeld
een verpleegkundige die steeds vaker op haar kantoortje gaat zitten, of psychisch
door een afstandelijke houding aan te nemen.
Dit laatste wordt in de burnoutliteratuur ook wel depersonalisatie genoemd.
Dit verschijnsel uit zich door een afstandelijke, soms afwijzende houding
naar cliënten of een negatieve houding naar de organisatie toe. Veelal
is zowel thuis als op het werk een toename van conflicten.